Besluit tot uitbreiding productie in buitenland niet adviesplichtig
Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P><B>Feiten</B><br> Honeywell BV in Emmen is onderdeel van een internationaal concern met onder meer ook een vestiging in Tsjechië. De ondernemer heeft de or meegedeeld dat besloten was drie nieuwe productiemiddelen te plaatsen bij de vestiging van Honeywell te Brno. Daarop kan daar hetzelfde product worden gefabriceerd als in Emmen wordt gemaakt. De or meent dat dit besluit adviesplichtig is. De ondernemer deelt deze visie niet. Daarop stelt de or beroep in bij de Ondernemingskamer. </P> <P><B>Ondernemingskamer</B><br> Volgens de or is het besluit adviesplichtig, omdat dit een besluit tot belangrijke uitbreiding van de werkzaamheden van de onderneming vormt. De OK stelt vast dat het Europese management samen met de leiding van de vestiging Brno heeft besloten om de productiemiddelen in Brno te plaatsen. De Ondernemingskamer geeft aan dat de ondernemer niet heeft kunnen deelnemen aan het besluitvormingsproces en dat hij niet in de positie verkeerde om op de besluitvorming doorslaggevende invloed uit te oefenen. Hieruit volgt dat niet is gebleken dat de ondernemer zelf het besluit heeft genomen. Wil er sprake (kunnen) zijn van een adviesplichtig besluit in de zin van de WOR, dan moet dit aan de ondernemer kunnen worden toegerekend. Daar is geen sprake van. Dat het besluit een besluit zou zijn tot uitbreiding van de werkzaamheden van de onderneming, laat zich niet goed rijmen met de feiten en komt de OK ook tamelijk gekunsteld voor. Dat betoog gaat er immers aan voorbij dat het besluit in eerste instantie betrekking heeft op de vestiging in Brno. Op geen enkele wijze is gesteld of gebleken dat deze vestiging in Brno geacht moet worden deel uit te maken van de ondernemer. De or heeft ook gesteld dat het besluit een belangrijke inkrimping van de werkzaamheden inhoudt. Door de plaatsing van de productiemiddelen in Brno zal het aandeel van de ondernemer in de totale productiecapaciteit afnemen. De in Brno te plaatsen productiemiddelen zullen ingezet worden t.b.v. nieuwe orders, terwijl er in Emmen reeds sprake is van overcapaciteit. <br> De OK is van mening dat dit besluit niet rechtstreeks en onmiddellijk ingrijpt in de Nederlandse onderneming. De or heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom voorbijgegaan zou moeten worden aan verklaringen van de ondernemer dat het besluit geen gevolgen heeft voor de werkgelegenheid te Emmen en geen verandering brengt in de omvang van zijn productiecapaciteit of -volume.</P> <P><B>Commentaar</B><br> Uit deze zaak wordt goed duidelijk dat de WOR alleen betrekking heeft op de Nederlandse onderneming. Besluiten die buiten het Nederlandse grondgebied plaatsvinden, vallen in principe niet onder de medezeggenschap van een Nederlandse ondernemingsraad. Dit kan anders zijn als de Nederlandse ondernemer zélf het besluit neemt dat betrekking heeft op het buitenland of daar intensief bij betrokken is. Dat kan ook het geval zijn als het besluit dat in het buitenland wordt genomen, toegerekend zou moeten worden aan de Nederlandse ondernemer. Dan is verder ook nog vereist dat het besluit ook gevolgen voor de Nederlandse onderneming heeft of kan gaan hebben. <br> Van dit alles is in dit geval geen sprake. De ondernemer heeft in de procedure verklaard dat het besluit geen gevolgen heeft voor de werkgelegenheid in de Nederlandse onderneming. Daarom heeft de Nederlandse ondernemingsraad geen adviesrecht over het besluit. Maar heeft wel meer duidelijkheid gekregen over de gevolgen voor het personeel in Nederland. Een verloren procedure met toch een pluspuntje?</P> <P>Hof Amsterdam (OK) 17 januari 2008. OR Honeywell </P> <P>Loe Sprengers</P>