We zien bij dreigingen dat er veel te lang de kop in het zand gestoken wordt. Door de ondernemingsraad en vaak nog veel langer en met desastreuze gevolgen, door het personeel. Is het niet mogelijk om goed in te spelen op dreigende gevaren? En dan op zo’n manier dat recht gedaan wordt aan alle belangen? Laten we eens kijken naar drie soorten gevaren:
1. Incidentele, veel voorkomende risico’s. Denk aan veiligheidsrisico’s. Daarnaast komt het veel voor dat iemand door het gedrag van een chef of collega een andere werkkring moet zien te vinden. Ook moeten steeds meer mensen na veel jaren een nieuwe vakopleiding volgen. Door organisatieveranderingen krijgt iedereen wel eens te maken met een ander team, een werkplek die een stuk verder van het station is of andere ploegendiensten. Die veranderingen zijn incidenten, maar kunnen behoorlijk ingrijpen. Begrip tonen betekent ook dat de zaken relatief worden gezien. Vanuit medezeggenschap valt op: professionele onheilbestrijders hebben nauwelijks aandacht voor het wegnemen van de risico’s.
2. Gevaar dat langzaam maar zeker op ons afkomt. Denk aan overheveling van productie naar lage lonenlanden, privatisering bij de overheid, schaalvergroting bij de semi-overheid, marktwerking in de zorg, voorspelbare grote personeelstekorten, verandering van productiebedrijf naar dienstverlening en logistiek, het dreigende tekort aan woningen, de AOW-last etc.
3. Het plotseling onheil. Laten we eens kijken naar de terreurdreiging. Hier zien we dat er, niet van harte, een nauwe samenwerking tot stand is gekomen. We kregen allemaal een folder in huis. Daarin werd de samenwerking van honderden functionarissen als belangrijkste feit naar voren gebracht. Ook wordt aangegeven dat verdere beperking van burgerrechten onontkoombaar is.
Wat hebben we geleerd over de incidentele veel voorkomende risico’s, het gevaar dat langzaam maar zeker naar je toe komt en het plotselinge onheil?
- Samenwerking van beleidsmakers en uitvoerders bevindt zich op een laag niveau;
- Belangenafweging vindt alleen plaats bij de incidentele risico’s;
- De voorlichting over het gevaar zelf is beperkt;
- Er wordt vooral aangegeven bij welke instanties de zorg ligt;
- Activeren en voorlichten gebeurt niet bij het langzame gevaar; die keuze stuit op kritiek van een belangrijke speler in het veld.












