Ik was 10, we hebben het over lang geleden. De avond voor haar 16e verjaardag maakt mijn zus een proefritje. Ging prima, tot ze de garage inreed en in plaats van te remmen gas gaf. De muur achter in de garage bleek sterker dan de brommer. Gelukkig was mijn zus zelf slechts licht gewond, maar haar cadeau was total-loss.
Dat was verzekeringstechnisch nogal onhandig. Ze was 15 op het moment van het ongeval, mocht formeel geen brommer rijden, de verzekering zou dus niet betalen. Ik verwachtte dat mijn ouders een paar dagen zouden wachten met het melden van de schade, wat maakten die paar uurtjes te vroeg brommer rijden nu eigenlijk uit.
Dat deden mijn ouders niet. Hoefde ook niet over getwijfeld te worden. ‘Wij lichten niemand op, ook niet de verzekering’ was simpelweg hun boodschap. De verzekeringsagent werd gebeld, hij hoorde dat mijn zus als 15-jarige haar brommer in puin had gereden en hij vertelde zoals verwacht dat de schade niet vergoed zou worden. Nu hadden wij het thuis bepaald niet breed, van het weinige geld dat er was moest nu een andere brommer voor mijn zus worden aangeschaft. Ik vond de actie van mijn ouders dan ook erg dom.
Pas veel later besefte ik de waarde van dat moment. En van vele andere voorbeeldmomenten. Je kunt als ouder wel zeggen tegen je kind dat eerlijk zijn belangrijk is, maar het laten zien op een moment dat het er echt toe doet maakt oneindig veel meer indruk. Op mij blijvende indruk. Zo kreeg ik nog veel meer ‘voorgeleefd’. Niet op mensen neerkijken, niet tegen mensen op kijken. Iedereen respectvol behandelen, netjes. Niet onderdanig, niet neerbuigend. Gastvrij zijn. Delen. Rechtvaardig zijn. Tijd en aandacht voor elkaar hebben. Klaar staan voor een ander. En nog zo wat meer. Ik zal u de voorbeelden besparen, het brommervoorbeeld zegt genoeg.
Een aantal van die niet opgelegde maar consistent voorgeleefde waarden van mijn ouders heb ik hopelijk overgenomen. Een aantal ook niet, vrees ik. Dat alles schoot door mijn hoofd toen we een paar weken geleden de as van mijn ouders gingen uitstrooien. Op een zonnige dag lopend over een kronkelend pad langs de rand van het bos, aan de oever van een mooi ven. Riet aan de kant, twee eenden op het water, waterlelies, het geluid van een hamerende specht. Met de container met de as van mijn moeder in mijn hand. Vreemd. Me terugtrekkend in de tijd tijdens die wandeling. Denkend aan wat ze me hebben meegegeven. Trots op mijn ouders. Met mijn broer met de ascontainer van mijn vader vlakbij, familie om ons heen.
De laatste wens van mijn vader en moeder was om samen uitgestrooid te worden, hun as vermengd, zoals hun levens vermengd waren geweest. Dat hebben we gedaan. Op een prachtige plek in de natuur. Terug naar Oisterwijk. Dat mag niet. Maar het moest wel. En het voelde goed.




