Mannen zijn eerder bereid tot verhuizing dan vrouwen (zeventig tegenover 53 procent). De voornaamste factoren die medewerkers ervan weerhouden om naar het buitenland te vertrekken voor werk zijn familie (56 procent, school van kinderen (24 procent), taalbarrières (24 procent), huisbezit (veertien procent), pensioenvoorzieningen (dertien procent) en belastingtechnische redenen (tien procent).
Reistijden zijn volgens het onderzoek de belangrijkste overwegingen in het accepteren van een baan. De meerderheid wil niet meer dan drie kwartier kwijt zijn aan zowel de heen- als de terugreis.
Wat voor de verhuisbereidwillige medewerker die "juiste baan" precies is, vermeldt het onderzoek niet.













