Buiten kijf staat dat vallende gevelbeplating voorkomen moet worden, maar helaas kom ik als advocaat over het algemeen pas in beeld als dit toch het geval is geweest en er schade is ontstaan. Schade, die dan op iemand verhaald dient te worden. Op wie de schade verhaald kan worden, is een vraag die al in het voorstadium, namelijk bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst, is beantwoord. Hier zijn partijen zich echter niet altijd van bewust.
Tweetal factoren
Bij de beantwoording van de vraag wie de schade dient te dragen, is een tweetal factoren van belang. Allereerst natuurlijk de schadeoorzaak. Deze kan gelegen zijn in een gebrekkig product, een fout in het ontwerp of de wijze waarop het werk is uitgevoerd (uitvoeringsfout). Als eenmaal duidelijk is wat de oorzaak is, kan men ook op zoek gaan naar de juiste persoon om aan te spreken. Wie aansprakelijk is voor de ontstane schade, hangt vervolgens mede af van hetgeen partijen met elkaar overeen zijn gekomen.

Gebrekkig product
De ontstane problemen kunnen het gevolg zijn van een product dat gebrekkig is. Let wel, dit is dus anders dan een product dat wel goed is, maar niet geschikt voor de toepassing. Als een product gebrekkig is, kan in veel gevallen verhaal worden gehaald bij de fabrikant van het product. Het is dan van belang dat tussen partijen duidelijk is onder welke voorwaarden het product is geleverd en welke garanties een fabrikant biedt. In toenemende mate worden producten ook bij buitenlandse fabrikanten ingekocht, zonder dat men beseft dat dit ook met zich mee kan brengen dat in geval van aansprakelijkheid een buitenlandse rechter bevoegd zal zijn van het geschil kennis te nemen. Procederen in het buitenland zorgt echter vaak voor praktische problemen en hogere kosten.
Ontwerpfouten en uitvoeringsfouten
Naast het feit dat schade kan zijn ontstaan door een gebrekkig product, kan ook schade zijn ontstaan doordat het ontwerp een fout bevat. In dat geval rijst de vraag wie de verantwoordelijkheid draagt voor het uitgevoerde ontwerp. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van het gekozen contract. En in de bouw kan de vorm van het contract nogal eens variëren.
Zo kan men uitgaan van een traditioneel model, waarbij de opdrachtgever een ontwerp aan de aannemer verstrekt en de aannemer dit ontwerp uitvoert. De aannemer is niet betrokken geweest bij het ontwerp van het model en draagt dus ook geen verantwoordelijkheid voor ontwerpfouten. Over het algemeen is het zo dat de opdrachtgever het ontwerp overlaat aan de architect en dat er tussen de opdrachtgever en de architect nog wel een afzonderlijke overeenkomst bestaat. Hierdoor is er ook tussen hen de verantwoordelijkheid voor ontwerpfouten vastgelegd. Dit staat echter los van het gegeven dat dit model voor de aannemer de minste aansprakelijkheden in het geval van een ontwerpfout met zich meebrengt. De aannemer blijft uiteraard verantwoordelijk voor uitvoeringsfouten die aan hem zijn toe te rekenen.
Aan de andere zijde van het spectrum staat de turn key – overeenkomst, waarbij de aannemer juist zowel verantwoording draagt voor het ontwerp als voor de uitvoering van het project en hiermee ook de verantwoordelijkheid voor beide fasen in het proces draagt.
Tussen het traditionele model en de turn key – overeenkomst zijn nog varianten denkbaar zoals de bouwteamovereenkomst. Indien men kiest voor een bouwteamovereenkomst, wordt de aannemer al in een vroegtijdig stadium betrokken bij het ontwerp van het project. De bouwteamovereenkomst is een samenwerkingsovereenkomst tussen opdrachtgever, aannemer, architect en andere adviseurs. In de voorbereidingsfase kijken de betrokken partijen met elkaar mee, maar blijven in beginsel verantwoordelijk voor het eigen onderdeel van het werk. Hoewel de aannemer met een dergelijke overeenkomst een verdergaande aansprakelijkheid heeft dan bij een traditioneel model, blijven alle partijen in beginsel wel verantwoordelijkheid voor het eigen onderdeel. Deze verantwoordelijkheid reikt echter wel iets verder dan bij het traditionele model, omdat de aannemer wel betrokken is geweest in de ontwerpfase.
Tot slot kan nog worden gekozen voor een geïntegreerd contract, waarbij de aannemer wel zorgt voor het ontwerp en de uitvoering, maar de opdrachtgever zeggenschap houdt.
Wanneer men moet bepalen waar de aansprakelijkheid voor bepaalde schade ligt, is het van belang hoe partijen daadwerkelijk tijdens het bouwproces hebben geacteerd. Sloten zij een contract volgens het traditionele model, maar werkten zij tijdens het bouwproces op dusdanige wijze dat de aannemer wel zeggenschap had over het ontwerp, dan heeft de aannemer toch een bepaalde verantwoordelijkheid naar zich toegetrokken die kan maken dat hij aansprakelijk is. Van belang is dus een bewuste keuze voor een bepaald contract en daar ook zo naar te handelen.
Gebreken na oplevering
Opmerking verdient nog het gegeven dat de aannemer volgens de wet is ontslagen van gebreken die de opdrachtgever bij de oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken (artikel 7:758 lid 3 BW). Met de invoering van het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen zal deze aansprakelijkheid echter aanzienlijk worden verruimd. Het wetsvoorstel strekt ertoe aan artikel 7:758 BW een lid 4 toe te voegen:
“In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In andere gevallen kan van dit lid alleen ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, indien dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen.”
De aannemer is hiermee aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Dit houdt een veronderstelde aansprakelijkheid van de aannemer in. Bovendien komt de bewijslast bij de aannemer te liggen. Deze zal moeten aantonen dat een gebrek niet aan hem is toe te rekenen. Als de aannemer zaken doet met een consument, zal deze aansprakelijkheid niet contractueel zijn uit te sluiten. Dit artikel zal namelijk van dwingend recht zijn.
Conclusie
Terug naar de gevelbeplating. In het geval deze – bijvoorbeeld – los laat en schade veroorzaakt, zal er een partij op moeten draaien voor de kosten. Welke partij dit is hangt allereerst af van de schadeoorzaak. Is de schade te wijten aan een gebrekkig product, ontwerp of een gebrekkige uitvoering? Indien het gaat om een gebrekkig product, kan men – in beginsel – terecht bij de fabrikant. Men dient er bij buitenlandse fabrikanten dan wel bedacht op te zijn welk recht van toepassing is en welke rechter bevoegd is van een geschil kennis te nemen, een en ander zal over het algemeen zijn geregeld in de door de fabrikant gehanteerde voorwaarden indien niet uitdrukkelijk van de hand gewezen.
Als de schade echter te wijten is aan een gebrekkig ontwerp, is de vorm van de overeenkomst waar partijen voor hebben gekozen van belang. Hierbij geldt dat de partij van wie het ontwerp afkomstig is aansprakelijk is en dat dit per overeenkomst kan verschillen. Heeft men bijvoorbeeld gekozen voor een traditioneel model, dan gaat de aannemer vrijuit, tenzij hij had moeten waarschuwen voor fouten in het ontwerp.
De conclusie is dan ook dat de aansprakelijkheid in een latere fase al bepaald is bij de aanvang van het project. Het is daarom verstandig als partijen zich van tevoren goed laat adviseren aangaande de te sluiten overeenkomst, de inkoop van materialen en de daarbij toepasselijke voorwaarden. Dit voorkomt dat partijen in het geval van schade voor andere verrassingen komen te staan dan de vallende gevelbeplating op zichzelf…
Dit artikel is geschreven door Kim Schemkes, advocaat gespecialiseerd in onroerend goedrecht.










