'Investeren in gasinfrastructuur is nog steeds rendabel' 
Afsluiterlocatie van Gasunie. Foto: Caki Media.

'Investeren in gasinfrastructuur is nog steeds rendabel' 

Investeren in aardgas is nog steeds aantrekkelijk. Dat stelt Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Voorheen werkte hij bij CE Delft en het CPB en was hij hoofdeconoom energieregulering bij de ACM. "Een stabiel politiek klimaat is voor financiers cruciaal. Nederland is tot dusver heel robuust en aantrekkelijk, met een stabiele regulering van de energienetten."

Het gebruik van de gasinfrastructuur gaat toch achteruit? 
“Ja. Nieuwbouwwijken hebben geen gasaansluiting meer en huizen gaan van het aardgas af. De infrastructuur wordt dus steeds minder gebruikt en de kosten blijven ongeveer hetzelfde. Om het toch rendabel te maken, gaan de tarieven omhoog voor degenen die het aardgasnet nog wel gebruiken. Netbeheerders hebben een monopolie, er is geen concurrentie. Gasunie is nationaal de enige, en distributienetbeheerders als Enexis, Stedin en Liander zijn in hun regio de enige beheerders van de gasinfrastructuur. Daarom worden de netbeheerders gereguleerd, gebaseerd op Europese richtlijnen. Elke lidstaat van de Europese unie heeft een onafhankelijke toezichthouder. In Nederland is dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM).  Dat is altijd belangrijk om je te realiseren, want dat is heel belangrijk voor de financiering.”  

Hoe werkt dat door in de financiering? 
“Het bestaan van een juridisch kader en een onafhankelijke netbeheerder geeft zekerheid over de vergoeding van de kosten van de netbeheerders. Commerciële partijen, zoals de exploitant van een kolencentrale, verkopen hun producten - bijvoorbeeld elektriciteit - tegen een marktprijs die onzeker is. Bij een netbeheerder is dat veel minder het geval. De vergoeding voor aardgas of elektriciteit als commodity wordt wél bepaald door de marktprijs. Maar de nettarieven of transporttarieven die netbeheerders in rekening kunnen brengen voor de aansluiting, wordt sterk bepaald door de ACM. In de regulering staat hoe kosten vergoed moeten worden.”  

Hoe bepaalt de ACM dat? 
“Op basis van gebruik van het netwerk en de kosten van het netwerk. Er gaat heel veel energie en tijd zitten in overleg met marktpartijen en netbeheerders om in te schatten hoeveel al die pijpleidingen in de grond kosten, en wat een redelijke vergoeding daarvoor moet zijn. Hoeveel is er geïnvesteerd? Wat is de boekwaarde van die assets en hoe doelmatig worden die assets ingezet? Belangrijk is ook welk rendement ze moeten hebben. Dit gaat over de vergoeding voor de vermogenskosten, de zogenaamde WACC. Dan kom je bij een vrij ingewikkelde formule, met variabelen over zaken als de risicovrije rente, de marktrisicopremie en de ‘equity beta’ (marktrisico-factor). Daaruit volgt een percentage. Bijvoorbeeld 5,3%. Dat is dan het rendement dat die netbeheerder mag rekenen voor de boekwaarde van de asset. Daarvan zegt ACM: ‘Dat zijn jullie vermogenskosten, die mogen jullie in rekening brengen bij de klant. Niet meer dan dat.’ De WACC is de laatste jaren zo rond de 5%. Een WACC van 3% is zonder meer laag te noemen, terwijl een WACC van boven de 8% hoog is.” 

Machiel Mulder. Foto: Max Koot
Machiel Mulder. Foto: Max Koot

En nu wil Nederland van het aardgas af. Zie je dat terug in de regulering? 
“De bepaling van de tarieven gaat in verschillende stappen. De eerste stap bestaat onder meer uit het bepalen van de efficiëntie van de netbeheerder. De ACM prikkelt netbeheerders om de kosten te verlagen. Elk jaar verwacht de ACM bijvoorbeeld productiviteitsverbetering. De tweede stap is het bepalen van de toegestane inkomsten voor het hele gereguleerde bedrijf. In de derde stap zet men dat bedrag om in tarieven, de prijs per eenheid product. Dat gaat over verschillende producten. Niet alleen over de aansluiting van een huishouden, maar ook van een gasopslag of elektriciteitscentrale. Volumes zijn dan cruciaal. Hoeveel huishoudens hebben we? Hoeveel gasopslagen hebben we? Als naar verwachting minder huishoudens zijn aangesloten, houdt de ACM daar rekening mee. Dat zit standaard in hun methode. Jaren terug steeg die verwachting zodra men in steden bouwde. Nu gaat dat juist de andere kant op. En als je minder vraag naar een bepaald product verwacht, kunnen de tarieven iets omhoog. De netbeheerder is overigens vrij om de tarieven zelf te bepalen, mits de verwachte opbrengsten die voortkomen uit die tarieven niet hoger zijn dan de toegestane inkomsten.” 

Stuurt ACM hier ook nog op? 
“Nee, de ACM mag niet sturen op wat netbeheerders precies doen. De ACM gaat alleen over de opbrengsten, niet over de kosten die netbeheerders maken. Daarnaast moet de ACM opletten dat de kwaliteit op peil blijft, met niet te veel storingen bijvoorbeeld. Anders krijgen netbeheerders een boete.” 

Ok, dan nu de financiering. Waar halen netbeheerders investeringen voor hun gasinfrastructuur vandaan? 
“Dat is deels vreemd vermogen, van banken. Daarop zit vrijwel geen risico, want banken dekken zich in door de contracten die ze met hun klanten afsluiten. De bank dekt daarom ook vrijwel nooit 100%. Een ander deel is risicodragend vermogen. Dat is eigen geld, van aandeelhouders. Daarin zit - anders dan vreemd vermogen van banken - meer risico op verlies, maar ook kans op winst. 

In de Nederlandse wet is vastgelegd dat aandeelhouders van netbeheerders alleen overheden mogen zijn. Alle netten zijn daarom in publieke handen. Gasunie en TenneT zijn 100% in handen van de Nederlandse staat. Distributiebeheerders, zoals Enexis, zijn ook provincies en gemeenten. Aliander is bijvoorbeeld voor een belangrijk deel van de gemeente Amsterdam en van de provincie Noord-Holland. Dat is zo’n twintig jaar terug door de politiek zo bepaald. Wij willen niet dat belangrijke infrastructuur in handen komt van private partijen. In Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk is dat anders. 

Nederlandse netbeheerders kunnen voor een investering dus naar de bank gaan. Ze gaan ook wel naar de Europese investeringsbank. Daar moet altijd geld bij. Dat kan soms uit eigen kas worden gehaald en anders moeten netbheerders zich wenden tot de aandeelhouders. Die kunnen bijvoorbeeld akkoord gaan met geen of minder dividend.”  

Dus de claims van kolencentrales aan de overheid voor ‘stranded assets’ zou in het geval van gasinfrastructuur betekenen dat de ene overheid de andere overheid daagt? 
“Ja, de overheid zit zelf al aan de knoppen. En netbeheerders zijn gereguleerd, dus het risico is al getackeld.” 

Wat betekent dat voor de financiering? 
“De bank kijkt naar alle factoren die de toekomstige financiële mogelijkheden van hun klanten beïnvloeden. Voor de netbeheerders is dat in het bijzonder de regulering. De bank wil zekerheid over de mate waarin een klant in staat is om leningen terug te betalen. Net als mensen voor een hypotheek hun salarisstrookje moeten laten zien, laten netbeheerders de regulering zien. Als niet duidelijk is dat een gereduceerd volume wordt gecompenseerd met hogere tarieven, wordt het lastig om te financieren. Omdat de inkomsten worden gereguleerd, met een toezichthouder en een Europees juridisch kader, zijn netbeheerders hele aantrekkelijke klanten. Banken hebben hierdoor vrij veel zekerheid over de financiële stabiliteit van de klant. Het zijn dus aantrekkelijke investeringen.” 

Kijken banken daarbij ook naar politieke ontwikkelingen of een verandering in consumentengedrag? 
“Ja, dat is een belangrijke taak voor mensen die bij de bank werken. Ze houden de risico’s goed in de gaten. Je ziet bijvoorbeeld dat TenneT heel veel heeft geïnvesteerd in stopcontacten op zee. Nu wordt er veel minder geïnvesteerd in offshore windparken. Dat komt door marktomstandigheden, maar het is maar net hoe de politiek daarop reageert. Windmolens bouwen gebeurt nu zonder subsidies, maar bedrijven zeggen dat dat niet meer gaat. Afgelopen maand gebeurde er in de Verenigde Staten iets dramatisch. Een groot Deens bedrijf heeft daar een windpark gegund gekregen. Alle vergunningen waren rond en ze zaten al op driekwart van de bouw. Nu heeft Trump gezegd: ‘We stoppen ermee.’ Die hele investering lijkt daardoor waardeloos geworden, al moet dit in de komende rechtszaken hierover blijken. Een stabiel politiek klimaat is voor financiers dus cruciaal. Nederland is tot dusver heel robuust en aantrekkelijk, met een stabiele regulering van de energienetten.” 

Wat als langetermijndoelen over energie en circulaire transitie omvallen met de komst van een nieuw kabinet? 
“Dat soort doelstellingen veranderen voortdurend. Bedrijven, en zeker ook banken, kijken hoe waarschijnlijk het is dat die doelen worden vertaald in strenger beleid en hogere CO2 prijzen. Als we in 2050 alle huizen van het aardgas af willen hebben, moeten we jaarlijks 200.000 woningen van het aardgas afhalen. Dat halen we bij lange na niet. Dat geeft ook wel zekerheid aan investeerders en financiers. Ook al wil de politiek het allemaal anders gaan doen, het is onmogelijk om heel snel te veranderen. Banken maken wel een inschatting van welke kant het op gaat. Iedereen ziet dat fossiele energie riskanter wordt. Gasleidingen zijn wat dat betreft complex. Aardgas is namelijk ook een middel om minder kolen te gebruiken, en de infrastructuur van aardgas kan zonder veel aanpassingen worden gebruikt voor groen gas.” 

Dus de hogere kosten van steeds minder gebruikte gasinfrastructuur komen niet voor rekening van investeerders, maar voor rekening van bewoners die nog wel aangewezen zijn op aardgas? 
“Ja, maar de aandeelhouder kan daar wel iets aan doen. Als die tarieven steeds hoger worden, kan de overheid zeggen: ‘Het wordt ons nu te gortig.’ Een overheid kan dan als aandeelhouder een deel van de kosten op zich nemen en akkoord gaan met een lager dividend. Dat moeten ze wel duidelijk kenbaar maken, want dat is belangrijk voor banken. Dan draagt iedereen het risico. Dat betekent dat de overheid dit geld elders vandaan moet halen, bijvoorbeeld door de belastingen iets te verhogen.” 

Katja Keuchenius schrijft als freelance journalist vooral over duurzame innovatie en circulaire economie. Ze interviewt mensen die de samenleving slimmer en verantwoorder willen organiseren. Ze volgde daarvoor de bachelor Algemene Sociale Wetenschappen en de master Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam. Naast Entra publiceert Katja in onder meer Vrij Nederland, Binnenlands bestuur, Down to Earth magazine en Dagblad Trouw.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.